Houden en kweken van de Koningspython. ( Python regius )
Door Van Langendonck Steve

Inleiding:
De meeste onder ons kennen de koningspython als een mooie maar moeilijke etende slang. Wanneer je als leek een python wilt wordt deze meestal als eerste genoemd. Omdat ze heel mooi van tekening is, niet groot wordt, en zelden bijt. Toch zijn er enkele zaken die je voor ogen moet houden. Slangen zijn geen dieren die je constant uit het terrarium moet halen.
Ook staan ze bekend als slechte eters (vooral wildvangdieren). Maar mits een goede huisvesting en de juiste verzorging is dit een dier waar je lang en veel plezier aan kan hebben.

Verspreidingsgebied:
In de graslanden van de Soedanese subprovincie (Westen van de Nijl), in Zuid Soedan, in de Bahrel Ghazal, de Nuba bergen, in West-Afrika, van Senegal tot Sierra Leone, en aan de Ivoorkust en delen van Centraal Afrika. Importdieren zijn meestal afkomstig van Togo en Ghana. De lengte van de dieren bedraagt 100 cm tot maximaal 160 cm.

Aanschaf en terrarium:
In de loop der jaren heb ik verschillende koningspythons gehad, maar nooit met veel kweekresultaten. Tot ongeveer een dik jaar geleden ik het eens totaal anders wilde aanpakken. De dieren zitten elk afzonderlijk in een terrarium van 60/50/50 cm (L/B/H).
De temperatuur overdag bedraagt 28°C met een warmere plaats van 35°C en de nachttemperatuur bedraagt ongeveer 26°C. De lichtcyclus is in de zomer 14 uren en in de winter 10 uren. In het terrarium wordt éénmaal om de twee dagen gesproeid. Ook bevindt er zich een schuilplaats en een waterbak. Als bodembedekking gebruik ik krantenpapier.
Ik heb al andere bodembedekking gebruikt zoals bark, houtvezel en beuksnippers, maar het beste resultaat heb ik met krantenpapier. Omdat het hygiënisch is en makkelijk te controleren op uitwerpselen.

Voeding:
De dieren krijgen 1 keer in de week een volwassen muis of een halfvolwassen rat.
Nota: bij wildvangdieren kan het gebeuren dat ze voedsel weigeren. Je kan dan eens proberen met kleurmuizen of gerbils.

Andere hulpmiddelen bij het weigeren van voedsel:
De bloempotmethode: deze bestaat er uit door een bloempot ondersteboven in het terrarium te zetten en bovenaan een gat te voorzien. De slang zal dit gebruiken als schuilplaats en het meeste van de tijd hier in liggen. Wanneer het licht uit gaat zet je de muis in het terrarium.
Wanneer de slang de muis ruikt kan ze zelf bepalen wanneer ze er uit komt om te eten.

- De slang in de zak: hiervoor heb je nodig, een slang, een katoenen zak, en een dode muis. En dan is het simpel. Je stopt de slang samen met de muis in de zak en je wacht tot ze gegeten heeft.

Andere oorzaken bij het weigeren van voedsel zijn:
De slang zit te koud of te warm
Ze zit in de vervelling
Het dier heeft nog stress van het vervoer
Ze heeft last van wormen of dergelijke
Ze is drachtig.

Nota: de dieren vochtiger zetten kan ook de eetlust opwekken. Toch moet ik erbij vermelden: wanneer je slang er goed uitziet, panikeer dan niet te snel. Er zijn gegevens bekend van een python die bijna 24 maanden niet gegeten had.

Voortplanting:
Begin oktober begin ik de dieren af te koelen naar een temperatuur van 25°C overdag en ’s nachts ongeveer 20°C. De luchtvochtigheid staat nu op 75 % met pieken van 90 %.
In november zet ik 2 mannen bij 1 vrouw in een terrarium van 150/50/50.
Het paren volgt vrijwel onmiddellijk.
Nota: wanneer ik de dieren in een kleiner terrarium samen zet, tonen ze weinig interesse voor elkaar. De copulatie varieert van 1 uur tot 14 uren.

Het uitbroeden:
Er zijn 2 manieren om pythoneieren uit te broeden: in de broedkast of wanneer het vrouwtje broedneigingen vertoont kan je ze bij het vrouwtje laten liggen. Ik opteerde voor het laatste. Op 19 maart 1999 was het dan zover. ’s Morgens vond ik de slang die rond haar eieren gedraaid lag. Ze had ze afgelegd in een gesloten bak met als bodemmateriaal vermiculiet.
Het waren er zes die ze met contractiebewegingen van haar lichaam op de juiste temperatuur hield. De temperatuur tussen de eieren bedroeg ongeveer 33°C. De vochtigheidsgraad schommelde overdag van 85 % tot 100 % ’s nachts. Om de vochtigheid zo hoog te houden legde ik in het terrarium twee handdoeken die constant nat gehouden werden. Op 15 mei 1999 begonnen de onderste eieren wat te verkleuren naar het bruine toe, terwijl de bovenliggende eieren gelig wit waren. Ik maakte me eigenlijk weinig zorgen over de bruine eieren omdat ze ongeveer nog enkele dagen moesten blijven liggen vooraleer ze zouden uitkomen. De laatste dagen duurden verschrikkelijk lang. De eieren zouden normaal moeten uitkomen rond 18 mei. Op 21 mei 1999 was er nog steeds geen verandering opgetreden en ik besloot drie eieren van de zes open te snijden. Het eerste ei, dat er het slechtste uit zag, bleek onbevrucht te zijn. Het tweede ei was gevuld met een embryo, waar zich gestold bloed rond bevond. De moed begon me stilaan in de schoenen te zakken. Nu volgde het derde ei.
Net als bij de twee vorige eieren knipte ik een klein gleufje van ongeveer een halve centimeter in de bovenliggende schaal en ja er zat een volledig ontwikkeld Regiusje in. Deze was omgeven door een doorzichtige vloeistof met daar rond de bloedvaten. Het mispunt was wel dat het dier nog geen kleur had. Dit wees erop dat de eieren nog ongeveer een week zouden moeten liggen voor uit te komen. Het is immers geweten dat slangen pas in hun laatste week voor het uitkomen kleur krijgen. De dag nadien merkte ik dat het vrouwtje niet meer rond de eieren gedraaid lag. De eieren lagen verspreid in alle hoeken van de bak. Vermoedelijk was ze de dag voordien teveel gestoord geweest doordat ik enkele eieren had open gesneden.
Ik besloot de eieren dan maar voor die allerlaatste dagen in de incubator te leggen.
Op 24 mei besloot ik nog een ei open te snijden. Dit was ook onbevrucht. Toen ik op 28 mei in de broedkast keek was er één jong uit het ei gekropen. Het andere ei was lichtjes aan het beschimmelen en toen ik het verder opendeed zat er een dood jong in.
Eindbalans: 1 levend jong!!
2 onbevruchte eieren;
1 dood jong zonder ogen;
1 dood jong zonder kop;
1 embryo.

Eindconclusie:
Wanneer ik de eieren vanaf de eerste dag in de broedmachine zou hebben gelegd, denk ik dat het percentage van uitkomen wel hoger zou gelegen hebben. Omdat er te veel temperatuurschommelingen waren geweest in het terrarium waar het vrouwtje lag te broeden. Doordat er een max./ min. thermometer in het terrarium hing, kon ik controleren wat de temperaturen waren geweest gedurende de twee maanden. Ik stond versteld dat er zo een grote verschillen konden optreden. Zo was de minimum temperatuur 24 °C geweest en de maximum was ooit 42 °C geweest! Dit zal waarschijnlijk de hoofdreden geweest zijn waarom er maar één levend dier was uitgekomen. Het jong dat overbleef had wel een gedeeltelijke lengtestreep. Dit komt waarschijnlijk door de kleine temperatuurdalingen tijdens het uitbroeden. Als laatste zou ik er nog willen aan toevoegen dat Python regius een heel mooie en plezierige slang is, die volgens mij door de meeste mensen minderwaardig wordt bezien onder de Pythonfamillie.