Houden en kweken van Elaphe taeniura frisei
Door Van Langendonck Steve

Inleiding:
Deze slangensoort is afkomstig uit Azië. Ze kan een lengte bereiken tussen 2 en 2,5 meter en is daardoor de grootste Elaphe ter wereld. Er zijn tenminste zes ondersoorten.
Een beschrijving geven vind ik vrij moeilijk, omdat elk dier een aparte tekening heeft.
Toch zijn er enkele overeenkomstige kleuren en tekeningen. Ze heeft een slank lichaam en een spitse kop. De kop is olijfgroen met een horizontale zwarte streep over de ogen.
Vooraan op het lichaam heeft ze zwarte blokjes op een lichtbruine achtergrond. Naar achter toe komen de zwarte blokjes samen en de lichtbruine achtergrond worden vier strepen.
Hierdoor lijkt het net of je ziet twee verschillende slangen in het terrarium liggen.

Aanschaf en huisvesting:
In 1992 had ik de dieren aangekocht van kennissen die de dieren vanaf de geboorte hadden.
Op het moment dat ik ze kocht waren ze ongeveer drie jaar oud. Het terrarium waar ik ze onderbracht was 150/50/50 cm. Als bodembedekking gebruikte ik bark. De temperatuur bedroeg 26°C overdag en 22°C ’s nachts en werd verwarmd met een spot overdag en een warmtekabel ’s nachts. In het terrarium bevond zich een schuilplaats en een grote drinkschaal. De dieren kregen om de twee dagen vers drinken. Verder was het terrarium ingericht met klimtakken en plastic planten. In de zomer kregen de dieren 14 uur licht per dag en naar de winter toe 6 uur per dag.

Voeding:
De dieren kregen meestal om de week een half volwassen rat, maar het gebeurde ook dat ik diepvries kuikens gaf. Het waren eigenlijk geen moeilijke eters. In tegendeel, je zou ze eten kunnen blijven geven totdat ze barsten. Bij wildvangdieren ligt dit meestal wel anders. Aziatische importdieren zijn meestal in slechte conditie door ziekten, transport, stress,…enz.

Paren en opfok:
Zoals de meeste Elaphe soorten begon ik de dieren vanaf november af te koelen naar ongeveer 15°C. Twee weken voordat ik ze in winterrust deed stopte ik met voederen om zeker te zijn dat het darmkanaal leeg was. Tijdens de winterrust kregen ze slechts vier uur licht per dag. Eind januari werden ze langzaam terug opgewarmd totdat ze terug aan de normale temperatuur van 26°C zaten. Ongeveer twee weken nadat ze uit winterrust waren gehaald vervelden ze en kregen een ratje aangeboden. De eerste maal nadat de dieren uit winterslaap kwamen gaf ik ze meestal een kleinere prooi dan normaal. Dit om de maag en de darmen na de winterrust niet te hard te belasten. Vrijwel na de eerste vervelling begonnen ze te paren. Het paren bleef enkele minuten tot uren aan de gang. Na ongeveer zes weken kon je merken dat het vrouwtje haar schubben verder open begonnen te staan. Wanneer ik dit merkte zette ik er een plastic doos in met bovenaan een gat. De doos was gevuld met vochtig vermiculiet. Nadat de vrouw verveld was, begon ze te zoeken naar een plaats om de eieren in af te leggen. Al gauw vond ze de doos waar ze goedkeurend in ging liggen. Enkele dagen later vond ik negen ovaalvormige eieren. De eieren verplaatste ik naar een zelfgemaakte broeikast waar de temperatuur 28°C bedroeg, en de vochtigheid 90 % bedroeg. Na ongeveer zestig dagen kwamen de jonge slangetjes uit het ei gekropen. Ze waren vijfendertig centimeter lang en aten onmiddellijk na de eerste vervelling. De diertjes werden elk afzonderlijk ondergebracht in een plastic bakje dat voor de helft verwarmd werd door een warmtekabel. Als bodembedekking gebruikte ik keukenrol dat om de twee dagen heel licht bevochtigd werd. De diertjes groeiden snel en waren na twee jaar geslachtsrijp. Elk jaar had ik opnieuw eieren en het percentage van uitkomen was gemiddeld 95 %. De legsels varieerden van negen tot veertien eieren.

Afsluitend:
Er bestaan nog enkele andere ondersoorten van Elaphe taeniura. Zo is er Elaphe taeniura ridleyi uit Maleisië en Sumatra die nog niet veel te verkrijgen is. Als er iemand is die mij deze soort kan bezorgen mag je het mij altijd laten weten.